Stories | Natuur inclusief
Natuurinclusief-en regeneratief bouwen
De gebouwde omgeving als deel van een levend systeem
Steden verdichten. Het klimaat verandert. Biodiversiteit staat onder druk. En toch wordt er gebouwd alsof de gebouwde omgeving en de natuurlijke omgeving twee gescheiden werelden zijn: de ene hard, de andere groen. Woonwerk gelooft dat dit onderscheid achterhaald is. Gebouwen, wijken en steden maken deel uit van ecosystemen. Ze kunnen die ecosystemen verder onder druk zetten, of ze kunnen er actief aan bijdragen. Die keuze begint bij het ontwerp.
Natuurinclusief bouwen is voor ons geen trend en geen checklist. Het is een ontwerphouding die doorwerkt op elke schaal: van de inrichting van een wijk tot de keuze van een klimplant op een gevel, van de manier waarop hemelwater wordt beheerd tot de positie van een nestkast in het metselwerk.
Rooftop Antwerp
Van natuurinclusief naar regeneratief
Er is een belangrijk onderscheid tussen deze twee ambities.
Natuurinclusief bouwen richt zich op het behouden en versterken van biodiversiteit: ruimte maken voor planten, insecten, vogels en kleine zoogdieren, en de bebouwde omgeving zo inrichten dat ze die aanwezigheid ondersteunt in plaats van uitsluit.
Regeneratief bouwen gaat een stap verder. Het streeft naar gebouwen en landschappen die actief bijdragen aan het herstel van de natuurlijke omgeving: aan bodem, waterhuishouding, luchtkwaliteit en lokale ecosystemen. Niet enkel minder schade toebrengen, maar waarde toevoegen. In onze projecten proberen we die tweede stap te zetten. Elk project is een kans om een stukje omgeving te verbeteren, niet alleen voor de bewoners, maar ook voor het bredere ecosysteem waarvan die omgeving deel uitmaakt.
Compacter bouwen als ecologische strategie
Een van de meest impactvolle keuzes in een project is ook de meest fundamentele: hoeveel ruimte neemt de bebouwing in beslag? Compacter bouwen is niet alleen budgetvriendelijker en duurzamer in materiaalgebruik. Het is ook de sleutel tot meer groen. Elke vierkante meter die niet bebouwd of verhard wordt, is een vierkante meter die kan bijdragen aan ecologie, wateropvang en leefkwaliteit. Dat principe klinkt eenvoudig, maar heeft verstrekkende gevolgen voor hoe je een masterplan opzet.
In onze projecten streven we naar maximale ontharding en een groen-blauw netwerk dat de volledige site doordringt. Auto’s worden gegroepeerd aan de rand van de site of ondergronds, zodat het binnengebied autovrij en ecologisch kan worden ingericht. Parkeerplaatsen worden aangelegd in grasbetontegels en ingebed in groen, en zijn zo ontworpen dat ze bij afnemende parkeervraag kunnen worden omgezet naar regulier groen. In verschillende van onze woonprojecten resulteert dit in een verhouding waarbij meer dan twee derde van het perceel groen is, met slechts een derde verhard of bebouwd. Dat is geen toeval, maar het directe gevolg van bewuste stedenbouwkundige keuzes.
Axo 3D Tweebunder, Nijlen
Het groen-blauw netwerk: water zichtbaar maken
Natuurinclusief ontwerpen en duurzaam waterbeheer zijn onlosmakelijk verbonden. Verharding verhindert infiltratie, versnelt afvoer en verhoogt het risico op wateroverlast. De oplossing is niet technisch van aard. Ze is ruimtelijk.
In onze projecten werken we met bovengrondse blauw-groene netwerken waarbij zowel private tuinen als publiek groen worden ingezet voor waterretentie en infiltratie. Regenwater wordt niet afgevoerd via een riool, maar zichtbaar gehouden: het stroomt van daken naar bovengrondse regenwaterputten, van daar naar ondiepe wadi’s, en infiltreert zo ter plaatse in de bodem.
Die zichtbaarheid is bewust. Wanneer bewoners het regenwater zien stromen, bufferen en infiltreren, worden ze zich bewust van de cyclus waar ze deel van uitmaken. Het waterverhaal wordt zo ook een educatief verhaal.
Groendaken spelen hierbij een dubbele rol: ze verdampen een groot deel van het neerslagwater, verminderen hittestress, bieden habitat voor insecten en kleine dieren, en verbeteren de thermische prestatie van het gebouw.
Water opvangsysteem, Antwerpen Kantoor
Biodiversiteit op gebouwschaal
Natuurinclusief bouwen eindigt niet aan de rand van het perceel of aan de voet van de gevel. Het gaat ook over wat het gebouw zelf doet voor zijn omgeving. In onze projecten integreren we nestkasten en verblijfplaatsen systematisch in gevels, daken en constructieve details. De kasten worden nauwkeurig, met de juiste oriëntatie en hoogte, in de gevels geïntegreerd. Mussenkasten en gierzwaluwkasten worden steeds in clusters geplaatst, want beide soorten zijn koloniebroeders die aan een enkele kast niets hebben. Vleermuiskasten bieden overwinteringsmogelijkheden en voor sommige soorten ook nestmogelijkheden. Al deze elementen worden niet als accessoires achteraf toegevoegd, maar als integraal onderdeel van het gevelontwerp uitgewerkt. Gevelbeplanting draagt bij op een andere manier. Klimplanten als kamperfoelies, klimhortensia’s en diverse vruchtdragende klimplanten creëren verticaal groen dat insecten aantrekt, vogels voedt en de thermische kwaliteit van de gevel verbetert.
Antwerp office and rooftop
Beplanting als ecosysteem, niet als decoratie
De keuze voor inheemse, streekeigen beplanting is een principiële keuze. Inheemse soorten zijn aangepast aan het lokale klimaat en de bodemgesteldheid, vormen een gebalanceerd ecosysteem met de streekeigen insecten en dieren, en vragen op lange termijn minder onderhoud. Wij houden een absoluut minimum van 40% inheemse soorten aan. Voor groendaken gelden daarnaast andere wetmatigheden: het droge, doorlatende substraat en de blootstelling aan wind en hitte vragen om droogtebestendige, vaak mediterrane soorten naast de inheemse.
Wij werken consequent met gelaagde beplanting: een kruidlaag, een struiklaag en een bomenlaag die samen een rijk ecosysteem vormen. Sneukelhagen, houtkanten en heggen van eetbare soorten zijn een meerwaarde voor de fauna én voor de bewoners. Bestaande waardevolle bomen worden geïnventariseerd en zoveel mogelijk behouden. Ze vertegenwoordigen decennia aan groei en ecologische waarde die niet te vervangen is door nieuw aangeplante bomen. In wijkprojecten gaat de ambitie verder dan het eigen perceel. Door in te zetten op streekeigen beplanting die aansluit bij bestaande groene structuren in de omgeving, proberen we een bijdrage te leveren aan een breder ecologisch netwerk dat zichzelf versterkt wanneer de stukjes puzzel elkaar vinden.
Onze visie in de praktijk
School en Jardin des Moineaux, Elsene
Op een compacte stedelijke site in Elsene combineerden we de renovatie en uitbreiding van een basisschool, de nieuwbouw van passiefbouw sociale appartementen, de heraanleg van de Mussentuin als gemeenschapstuin en de toegang tot het aangrenzende Colruyt-dak als experimenteel ULB-stadslandbouwproject. De gemeenschapstuin vormt het ecologische hart van de site. Inheemse beplanting in gelaagde structuur (kruiden, struiken en klimplanten) trekt insecten en vogels aan en creëert een micro-ecosysteem midden in de stad. Een steigerstructuur langs de Colruyt-gevel transformeert een blinde brandmuur in een verticaal groen element en verbindt de tuin op maaiveld met de daktuin van 1.500m² daarboven.
Ook de gebouwen zelf dragen actief bij. Vrijwel alle daken zijn als groendak uitgevoerd, waarmee 80% van het regenwater ter plaatse wordt verwerkt. De gevelbeplanting is per oriëntatie uitgewerkt: schaduwverdragende soorten op het noordwesten, mediterrane kruiden op het zuidoosten als levend tuinlabo voor de leerlingen. Mussenkasten in clusters, gierzwaluw- en vleermuiskasten verankeren de gebouwen in het bredere ecosysteem. Zo werd een anoniem binnengebied omgevormd tot een groene long die school, bewoners, buurt en stadslandbouw met elkaar verbindt.
Vlastuin, Kuurne
In het centrum van Kuurne transformeerden we een gesloten, verhard binnengebied tot een publieke dorpstuin. Door alle parkeerplaatsen voor 34 sociale wooneenheden ondergronds op te lossen, werd het volledige maaiveld vrijgemaakt voor groen en publieke ruimte. Wadi’s bufferen en infiltreren het hemelwater ter plaatse, met een gerealiseerde capaciteit die het wettelijk benodigde ruimschoots overtreft. Klimplanten op de straatgevel, bestaande bomen en een groenaanleg in natuurlijke sfeer maken dit dichtstedelijk project tot een stukje natuur in het hart van Kuurne.
Wonen in de Putse Tuin, Rumst
De Putstraat in Terhagen transformeerde van een smalle, versteende straat met een grootschalig sociaal appartementsblok tot een groene corridor die de Nieuwstraat verbindt met het bosgebied Terhage ten noorden. Zestig maaiveldparkeerplaatsen verdwenen naar een ondergrondse kelder, in de plaats kwamen groen, een voetpad en een buurtparkje met moestuin en pluktuin. Meer dan de helft van de site is publieke groene buitenruimte. Wadi’s infiltreren het hemelwater ter plaatse.
Kleine Kouter, Neerwinden
Voor de transformatie van deze naoorlogse sociale woonwijk in Neerwinden ontwikkelden we een strategie waarbij compacter bouwen ruimte maakt voor een groen hart dat de volledige wijk structureert en verbindt met de aangrenzende Waarbeekvallei. Parkeren wordt collectief gebundeld in hofjes, zo ontworpen dat ze bij afnemende parkeervraag modulair kunnen worden omgezet naar groen. Wadi’s houden hemelwater bovengronds en vormen tegelijk speelelement en ecologisch habitat. Streekeigen beplanting in gelaagde structuur, sneukelhagen en moestuin versterken de biodiversiteit.
Tweebunder, Nijlen
Voor deze sociale woonsite in Kessel ontwikkelden we een plan gebaseerd op de landschappelijke structuur van de ‘Hoge Ruggen’, een gemengde bos- en heidezone die fragmentarisch aanwezig is in de regio. 65% van de site is groen, parkeren gebeurt in een parkeerbos in grasbetontegels dat bij afnemende parkeervraag geleidelijk naar regulier bos kan evolueren. Al het hemelwater blijft op de site via bovengrondse wadi’s. Nestkasten zijn als integraal onderdeel van het metselwerk ontworpen.
Eigen bureau, Antwerpen
Op de groendaken en geveltuin van ons eigen bureau in Antwerpen bestaat minimaal 40% van de beplanting uit inheemse soorten, gecombineerd met mediterrane kruiden die goed gedijen in het microklimaat van groendaken. De beplanting is opgebouwd in drie lagen en vormt een gelaagd ecosysteem. Op een oppervlakte van 120 m² werd meer biodiversiteit waargenomen dan op vergelijkbaar landbouwgrond of een traditioneel gazon. In sommige gevallen zelfs meer dan in stedelijke parken die te sterk ontworpen zijn zonder ruimte voor spontane natuurontwikkeling.
Weinig onderhoud dankzij naturalisatie
Een bijkomend voordeel van deze aanpak is het lage onderhoud. Door te kiezen voor natuurlijke, veelal inheemse vegetatie en een ontwerp dat inspeelt op natuurlijke processen (wateropvang, bodemverbetering, spontane zaaiing), ontstaat een systeem dat zichzelf geleidelijk in evenwicht brengt. Dit proces van naturalisatie zorgt ervoor dat groenruimtes robuuster worden naarmate ze ouder worden. Ze vragen minder ingrijpen, zijn veerkrachtiger bij droogte of hevige neerslag, en worden op termijn ecologisch waardevoller. Dat is een fundamenteel andere logica dan het traditionele tuinonderhoud waarbij groen voortdurend moet worden bijgehouden om er ‘netjes’ uit te zien. Goed ontworpen natuur ziet er niet altijd netjes uit. Maar ze werkt.
Een integraal ontwerpkader
Woonwerk benadert elk project met oog voor de ecologische context en de technische haalbaarheid. Natuurinclusief en regeneratief bouwen is voor ons geen apart thema naast andere duurzaamheidsambities. Het is verweven met onze aanpak van betaalbaarheid, sociale duurzaamheid, waterbeheer en gezond wonen.
Compacter bouwen schept ruimte voor groen. Groen verbetert het microklimaat en verlaagt hittestress. Bovengronds waterbeheer versterkt de ecologie en maakt de wijk klimaatbestendiger. Inheemse beplanting vraagt minder onderhoud en verhoogt de biodiversiteit. Nestkasten en gevelbeplanting maken het gebouw tot een actieve deelnemer in het ecosysteem. Al deze elementen versterken elkaar. Dat is de essentie van regeneratief ontwerpen: niet inpassen in de natuur, maar bijdragen aan haar herstel. De gebouwde omgeving is geen tegenstander van het ecosysteem. Ze kan er deel van worden.






